Main menu

Live free or die

in 't wilde paspoortIn de zomer van 2011 maakte ik een roadtrip door de VS met mijn vriendin. Een mini-roadtrip, dat wel, want ik had geen geld én geen tijd voor eentje langer dan drie weken. Maar toch, van Boston naar Grand Manan nét over de Canadese grens en weer terug naar Boston was ook gaaf. Er werd ons zelfs de mogelijkheid tot een bankoverval in de schoot geworpen.

Het kwam allemaal door New Hampshire, de eerste staat die je tegenkomt als je vanuit Boston naar het noorden rijdt. Toen we daar over de highway reden zagen we dat alle auto’s er dezelfde levensfilosofie op nahielden: ‘Live free or die’. Deze slogan prijkte op iedere nummerplaat, het is zelfs het officiële motto van New Hampshire. Omdat we het allebei absoluut eens zijn met dat motto besloten we dat we zo’n nummerplaat thuis moesten hebben. Maar het bleek nog niet zo gemakkelijk om zo’n ding te vinden.

“Toen we daar over de highway reden zagen we dat alle auto’s er dezelfde levensfilosofie op nahielden: ‘Live free or die’.”

Want waar haal je een nummerplaat? In eerste instantie dacht ik aan een souvenirwinkel, maar aangezien we die überhaupt niet tegenkwamen op de route door New Hampshire pasten we onze tactiek aan en gingen we op zoek naar een auto-onderdelenwinkel. Bij de eerste de beste winkel die daarop leek, ergens op een industrieterreintje langs de highway, werden we bovenmatig glazig aangestaard. Zochten we misschien een nummerplaathóúder? Of schroefjes om je nummerplaat mee vast te zetten?

“Zochten we misschien een nummerplaathóúder?” 

Pas toen we voor de tiende keer hadden uitgelegd dat we de officiële slogan van New Hampshire zo geweldig vonden dat we ‘m boven ons bed wilden hangen, begon het te dagen. De verkoper was dan wel de snuggerste niet, maar er waren verder toch geen klanten dus hij had alle tijd. Bovendien hadden we verteld dat we uit Nederland kwamen en hij had familie in Finland, dus wat hem betreft waren we praktisch buren. Toen vertelde hij opeens dat hij thuis nog wat nummerplaten had liggen. Als hij had geweten dat we kwamen, had hij ze zo mee kunnen nemen. Tja.

“You’ve got some plates kickin’ around?”

Gelukkig kreeg hij een betere ingeving: hij had een vriend met een garage. Hij pakte de telefoon en riep “Yoo, you’ve got some plates kickin’ around?”. De vriend zei ja. “Wait here”, zei hij tegen ons, “I’ll make it fast.” Hij stoof naar buiten, sprong in zijn pick-up en sjeesde weg. Mijn vriendin en ik keken elkaar aan. Hoe lang zou hij wegblijven en wat als er opeens klanten in de winkel zouden komen? Zomaar een paar onbeantwoorde vragen die samen met ons achterbleven in de winkel.

Na tien minuten (gelukkig zonder nieuwe klanten) kregen we een antwoord op onze vraag in de vorm van de pick-up die weer met gierende banden het parkeerterrein op kwam racen. De verkoper sprong lachend uit zijn pick-up. Hij zwaaide met twee nummerplaten in zijn hand. Twee dezelfde nummerplaten, om precies te zijn. Vers van een auto gesloopt die total loss naar de garage was gebracht. Zó vers zelfs dat ze nog geregistreerd stonden. We kregen ze mee, maar moesten hem één ding heel plechtig beloven: “Don’t you dare to go rob a bank.”

We zouden niet dúrven.

 

FacebookTwitter