Main menu
In t Wilde WegLees avontuurEen verdachte dode kalkoen

Een verdachte dode kalkoen

Marieke_schrijfwedstrijd

We mochten niet naar Colombia.

‘Veel te gevaarlijk tussen die drugsboeren en Tamiltijgers’, zei mijn moeder.

‘FARC mam, Tamiltijgers zitten in Sri Lanka, no worries’.

We waren 21, blond, in voor avontuur en spraken beiden geen woord Spaans. Het feit dat zowel mijn ouders als die van Marloes ons verboden hadden naar Colombia te gaan, maakte het land in onze gedachten alleen maar spannender en mooier. We besloten en vliegticket naar Venezuala te boeken om - zodra we uit het ouderlijk blikveld verdwenen waren - alsnog naar Colombia te reizen.

 

“Het feit dat zowel mijn ouders als die van Marloes ons verboden hadden naar Colombia te gaan, maakte het land in onze gedachten alleen maar spannender en mooier.”

Het vliegtuig naar Venezuela was nagenoeg leeg, maar gelukkig hoefden we ons niet te vervelen. We hadden immers alle reisgidsen en informatieboekjes dicht gelaten, zodat we tijdens onze 10-urige vlucht alles konden plannen en uitzoeken.

fotoZA1‘Caracas, murdercapitol of the world’kopte het eerste reistijdschrift.De Venezuelanen in het vliegtuig waren al even slecht in het aanprijzen van hun hoofdstad. ‘Where are you girls going?’, vroegen zij. ‘Backpacken in your country’, antwoordden wij in koor. ‘Don’t leave your room after dark, Venezuela is very dangerous for you’, kregen we terug. Shit!

“‘Don’t leave your room after dark, Venezuela is very dangerous for you’, kregen we terug. Shit!”

Waarom het zo gevaarlijk was? President Hugo Chavez was in de periode dat wij er waren, begin 2009, behoorlijk wat verdeeldheid aan het zaaien tussen de armen en de rijken in Venezuela. Bovendien voerde hij een persoonlijk vendetta tegen alles wat met de kapitalistische Verenigde Staten te maken had. Uiteindelijk hebben we er niet veel van gemerkt, maar de sfeer was gespannen. En ondanks de overweldigende schoonheid van het land wilden we na drie weken absoluut naar Colombia: het verboden land. Helaas werden er op ditzelfde moment twee bruggen opgeblazen vlak over de grens van Colombia, waar Venezuela ogenblikkelijk de schuld van kreeg. Want ook tussen Chavez en zijn Colombiaanse ambtgenoot Alvaro Uribe, die hij ook wel ‘het schoothondje van het Amerikaanse Imperialisme’ noemde, heersten in die tijd ongekende spanningen. En dus waren Marloes en ik niet helemaal alleen op weg naar de grens, maar werden we op de voet gevolgd door 3200 zwaarbewapende militairen.

Nou staat Hugo Chavez erom bekend nogal veel te blaffen en weinig te bijten, dus voor ons was dit geen reden tot blinde paniek. Maar we moesten het wel slim aanpakken. Het leek ons daarom niet verstandig een all-inclusive busticket te kopen bij een reisorganisatie, want tussen de rijke toeristen in een luxe bus gaan zitten was vragen om problemen. We konden veel beter terugvallen op de lokale bevolking, het lokale vervoer en doen alsof we net zo Venuzuelaans waren als de vrouw bij het busloket.

Wonder boven wonder snapte de mevrouw wat wij haar met de enige twee woorden spaans die we kenden, probeerden te vertellen. Een uur later zaten we in een busje. Het bijzondere aan dit busje was dat de vloer niet meer helemaal vast zat aan de carrosserie. Maar gelukkig had de chauffeur geruststellend gezegd dat als we onze voeten niet te hard neerzetten, er niets kon gebeuren.

“ Het bijzondere aan dit busje was dat de vloer niet meer helemaal vast zat aan de carrosserie.”

Buiten de chauffeur was er nog wat ander personeel in het busje aanwezig. Zo was er ten eerste de co-chauffeur, die over de stoelschikking en de betalingen ging. Wij schatten hem een jaar of 16 en hij was duidelijk nog dronken van de nacht daarvoor. Zijn zus, die zeker een paar jaar ouder was, had een taakomschrijving die ons pas later duidelijk zou worden. Laten we het erop houden dat ze erg zuinig was geweest met de hoeveelheid stof om haar bovenlijf.

foto2

Marieke & Marloes op reis in Zuid-Amerika

In het busje zaten een stuk of zeven andere passagiers, allemaal met hun knieën opgetrokken om de vloer niet nog verder los te trappen. Eén voor één zagen ze er eng uit. Mannen met stoppelbaarden, bezwete hemdjes en een sigaret in hun mondhoek. En dan zat er nog een oud dametje in het busje, met een kalkoen stevig tussen haar benen geklemd.

‘Die kalkoen is dood hoor’.

‘Volgens mij ook’.

Bij de eerste controlepost riep de co-chauffeur iets in het Spaans en onze buurman vertaalde het voor ons. Iedereen die niet wilde dat zijn of haar bagage gecontroleerd werd moest 50 Bolivar betalen. Wij waren de enigen in het busje die niet betaalden. Bij de zes controleposten die volgden herhaalde dit ritueel zich en ook de rol van het schaarsgeklede meisje werd ons steeds duidelijker. Bij elke stop sprong ze uit het voertuig om haar voorgevel in de gezichten van de militairen te drukken met als doel het doorzoekingsproces sneller maar vooral soepeler te laten verlopen.

“Bij elke stop sprong ze uit het voertuig om haar voorgevel in de gezichten van de militairen te drukken met als doel het doorzoekingsproces sneller maar vooral soepeler te laten verlopen.”

Toch werd bij de volgende controlepost passagier nummer vier na wat geschreeuw en zenuwachtige blikken uit het busje getrokken. We zagen door de achterruit nog net hoe ze hem hardhandig in de boeien sloegen. Volgens onze buurman was passagier vier zo dom geweest om zijn valse legitimatie door een amateur te laten verzorgen.

Bij de laatste controlepost keek ik naar Marloes, alle kleur was uit haar gezicht weggetrokken en ze leek me behoorlijk bang. ‘Het komt wel goed’, zei ik zwakjes. ’We zijn er bijna’.

Opnieuw trok iedereen iedereen zijn portemonnee, maar deze militairen namen het niet aan. Ik keek naar het vrouwtje met de kalkoen, ze was zwaarder gaan ademen. Een van de militairen had het opgemerkt.

‘Dame el pavo!’

De vrouw werd rood en klemde de kalkoen nog steviger tussen haar benen.

‘Wat moet die man met de kalkoen? Dat beest is hartstikke dood.’

Maar de militair was vastbesloten de kalkoen van de vrouw af te pakken. Toen hij hem eenmaal in handen had, legde hij hem op een houten plank. Met het mes uit zijn broekriem sneed hij de kalkoen open.

“Toen hij hem eenmaal in handen had, legde hij hem op een houten plank. Met het mes uit zijn broekriem sneed hij de kalkoen open.”

Ik kneep mijn ogen half dicht, bang voor bloed en ingewanden, maar uit de kalkoen kwamen zakjes wit poeder. Hij zat tot zijn ogen volgestopt met cocaine.

Ik weet niet wie er eerst in huilen uitbarsten, wij of het oude vrouwtje. We werden links en rechts ingehaald door grote glimmende bussen vol toeristen. Om ons heen verzamelden zich steeds meer politie. Het was 35 graden, we hadden dorst en we waren moe. Maar bovenal realiseerden we we ons iets: luister naar je moeder, want ze heeft altijd gelijk.

 

Dit verhaal is een gastbijdrage van Marieke Mannaerts. Marieke was in januari een van de vijf genomineerden van onze schrijfwedstrijd en heeft een publicatie van haar verhaal op onze website, TPO Magazine én de nieuwsbrief meer dan verdiend! 

FacebookTwitter